De verbindingen die worden gerealiseerd met het hechtmiddel dienen te worden uitgevoerd onder de volgende omstandigheden: (Uittreksel uit DTU 60-31, -32, -33 CH 3.21). De temperatuur bij verwerking dient tussen +5°C en +35°C te zijn.
Voorbereiding:
- Controleer of het uiteinde van de mannelijke kant van de leiding of aansluiting is afgekant. In gevallen waarbij de leiding ter plaatse is afgezaagd moet u de leiding met een vijl of op andere wijze afkanten om hetzelfde profiel terug te krijgen
- Om de mannelijke kant volledig in het inschuifstuk te kunnen schuiven moet u het inschuifstuk meten en de afstand met vet krijt of een stift markeren op het mannelijke deel van de leiding of aansluiting.
- Wrijf, om de laag van het oppervlak van de onderdelen te verwijderen, de aan elkaar te zetten onderdelen met een ronddraaiende beweging (mannelijke kant en inschuifstuk) met fijn schuurpapier: het gebruik van een vijl, rasp of zaagblad hiervoor is strikt verboden.
Gebruiksaanwijzing:
- Maak de twee met elkaar te verbinden onderdelen schoon met een schone, met DECAPANT GEBSOPLAST doordrenkte doek, pas op dat u hierbij het merkstreepje niet wegveegt.
- Breng met een kwast een gelijkmatige, niet te dikke laag van de lijm aan, eerst bij de ingang van het inschuifstuken daarna over het mannelijke uiteinde, waarbij u in de lengterichting eindigt.
- De lijm droogt relatief snel, schuif de twee onderdelen dus onmiddellijk helemaal in elkaar, waarbij u in de lengterichting duwt, zonder te draaien, tot aan het vooraf gemaakte merkstreepje.
- Houd u in alle gevallen aan de minimale droogtijd voordat u de verbinding vastpakt, om elke beweging van de onderdelen ten opzicht van elkaar te voorkomen.
- Sluit tussen elk gebruik van de lijm en het afbijtmiddel de verpakking hiervan goed af, om overmatige verdamping van vluchtige oplosmiddelen te voorkomen.